Cesc

Big Sam mag eindelijk laten zien dat hij meer is dan een brandjesblusser

Eén van de grootste problemen van het Engelse voetbal is het niet kunnen opleiden van goede Engelse coaches. Op het moment van schrijven hebben slechts drie van de twintig clubs uit de Premier League een Engelse manager. De laatste keer dat een Engelse manager met zijn club in de top-vier eindigde is alweer in 2012. De laatste keer dat een Engelse manager de titel pakte in eigen land was in 1992.

Met de wind van een gigantische tv-deal in de rug begint de Premier League op de NBA van het voetbal te lijken. Alleen het beste van het beste is goed genoeg, en dat geldt al helemaal voor de positie van coach. Er zijn slechts twintig stoeltjes te vergeven en die worden bezet door managers die, al dan niet in het buitenland, hebben bewezen over kwaliteiten te beschikken. Voor topclubs geldt dit al helemaal, en zo ontstaat een enorme Catch-22: Engelse topclubs kiezen niet voor Engelse managers omdat ze geen ervaring hebben Engelse topclubs. Deze ontwikkeling heeft de deze week als bondscoach aangestelde Sam Allardyce ooit verleid tot de uitspraak ‘I won’t ever be going to a top-four club because I’m not called Allardici, just Allardyce.’

Op het moment dat bondscoach Roy Hodgson na het EK in Frankrijk besloot zijn contract in te leveren had de FA dus grofweg de keuze uit twee types om aan te stellen als zijn opvolger. Een Engelse coach zonder ervaring in de absolute top of een buitenlandse coach die wel die ervaring met zich meebrengt. The Telegraph, iets meer dan zijn Nederlandse naamgenoot een kwaliteitskrant, claimt dat de FA in eerste instantie Arsène Wenger benaderde. Nadat de Fransman afwees werd er een shortlist van vier coaches geformeerd waar nog maar één buitenlander op stond: Sam Allardyce, Jürgen Klinsmann, Eddie Howe en Steve Bruce. Na met alle vier de kandidaten gesproken te hebben koos de bond voor Big Sam.

De Persoon
In een schitterend profiel op The Guardian, verschenen vlak na zijn aanstelling bij Sunderland in oktober 2015, vertellen acht mensen die met of onder hem werkten over zijn methodes en persoonlijkheid. Allardyce wordt neergezet als een mensenmanager die een goede sfeer kan neerzetten bij elke ploeg, keihard werkt, veel eist en het maximale uit spelers haal. Het doet een beetje denken aan een verhaal dat je in Nederland over Ron Jans zou kunnen lezen. Zelfs het grootste cliché in de voetballerij wordt van stal gehaald om de grote psychologische kwaliteiten van Allardyce als manager te benadrukken: ‘Big Sam weet wie een schop onder z’n kont nodig heeft en wie een aai over zijn bol.’

In Engeland was hij in het begin van het vorige decennium één van de early adapters op het gebied van het gebruik maken van statistieken. Met de software van Prozone – in 2014 door 19 van de 20 Premier League-clubs in gebruik, maar in 2000 nog relatief onbekend – concludeerde hij onder meer dat een team om niet te degraderen uit de Premier League minstens 16 keer de 0 moest houden en je 80% kans hebt om een wedstrijd te winnen als je meer sprints trekt dan je tegenstander. Ook berekende hij met de software waar je het best een lange ingooi moet laten belanden in het zestienmetergebied van de tegenstander. In zijn eigen woorden heeft Allardyce anno 2016 op basis van statistieken ‘voor iedere positie een maatstaf voor een goede speler en een gemiddelde voetballer. Dat is heel makkelijk te monitoren voor mij.’

Naast statistieken verdiept Allardyce zich in alles wat zich buiten de lijnen afspeelt en invloed heeft op de prestatie daarbinnen. Een voorbeeld daarvan is dat hij zijn ploegen aan yoga laat doen. In de woorden van Sam Bridges, die in 2004 door Big Sam naar Bolton Wanderers werd gehaald, was hij zijn tijd ver vooruit. ‘Hij heeft mijn ogen geopend voor een hele andere kant van het voetbal. Voeding, zijn analyses van de tegenstander, de manier waarop hij de fysieke gesteldheid van de spelers in de gaten hield. Er waren colleges op het gebied van voeding, we hadden teambijeenkomsten met psychologen waarbij we realistische doelen stelden.’

In 2012 doet Allardyce – die zelf een paar keer per week aan meditatie doet – uit de doeken hoe hij denkt over psychologie in het voetbal: ‘In Engeland wordt het schromelijk onderschat en ondergewaardeerd. Ik denk dat veel te veel mensen het zien als iets voor zwakke mensen, maar dat is ver buiten de waarheid. Ik gebruik het nu zo’n tien à twaalf jaar, ongeveer sinds ik promoveerde met Bolton. De basis van sportpsychologie is om te zorgen dat een geest zo scherp is als maar zijn kan. Het gaat er verder om dat je de hersenen traint om te visualiseren, doelen te stellen en die te bereiken.’

Zijn hypermoderne, progressieve aanpak buiten de lijnen combineert Allardyce met een opvallend conservatieve en behoudende speelstijl. In zijn biografie (‘Big Sam, my autobiography’) laat hij optekenen: ‘Ik heb het altijd als een misdaad beschouwt om de bal te verliezen op je eigen helft. Er worden altijd meer goals tegen je gescoord als je zo de bal verliest dan dat je er zelf scoort als je op eigen helft opbouwt. En het is een feit dat de meeste goals worden gemaakt na vier passes of minder.’

De teams van Allardyce proberen de bal snel op de helft van de tegenstander te krijgen en zijn verdedigend goed georganiseerd. Big Sam, een voormalige centrale verdediger, ziet verdedigen zelf ook als zijn grootste expertise als het gaat om tactiek. Als manager van Sunderland zegt hij daarover in de lokale kant Chronicle Live: ‘Ik kan alle onderdelen van het voetbal coachen (…) maar als het op verdedigen aankomt kan ik je echt alles vertellen’. Gecombineerd met zijn grondige voorbereiding maakt het elke ploeg van Big Sam lastig te verslaan.

Het is in de mode om coaches neer te zetten als pragmaticus of idealist. Allardyce ziet zichzelf als een pragmaticus pur sang. ‘Je hebt twee soorten coaches. Coaches zoals ik die de tegenstander bestuderen en hun team vragen zich aan te passen. Ferguson was zo. Mourinho is zo. Aan de andere kant heb je Wenger, Rodgers en Pellegrini die zich niet aanpassen. Hun filosofie is anders dan die van ons. (…) Ze spelen altijd hetzelfde en daarom kan je ze verslaan.’
AllardyceBolton

Sam Allardyce in het seizoen 2003/04 als manager van Bolton Wanderers

De Taak
De FA heeft met Allardyce deze week een coach aangesteld die erg veel lijkt op zijn voorganger. Maar die voorganger is nou net opgestapt omdat het niet lukte verdedigende tegenstanders uit elkaar te spelen. Precies datgene wat nu nodig is om het Engelse nationale team een keer écht ver te laten komen is het enige wat Big Sam in zijn carrière als coach nooit heeft hoeven doen. Hij coachte degradatiekandidaten, middenmoters en subtoppers die streden voor Europees voetbal, maar nooit een echte topploeg die elke wedstrijd geconfronteerd werd met een verdedigende en compact opgestelde ploeg.

Tegelijkertijd moet gezegd worden dat Allardyce ook nooit het spelersmateriaal heeft gehad om elke week aanvallend voetbal op de mat te leggen. Voor het merendeel van de teams en clubs is een op balbezit gebaseerde, aanvallende speelstijl niet realistisch omdat de kwaliteiten hiervoor in de selectie ontbreken. Brendan Rodgers, Roberto Martínez en Paco Jémez zijn voorbeelden van coaches die ongeacht het materiaal dat ze ter beschikking hebben kiezen voor de aanval en balbezit. Dat is bewonderenswaardig, maar Jémez degradeerde met Rayo Vallecano en verloor onder meer 10-2 van Real Madrid. Martínez degradeerde met Wigan en werd ontslagen bij Everton. Allardyce is met zijn behoudende speelstijl in 14 jaar met vijf verschillende clubs nog nooit gedegradeerd. Misschien kunnen we nadat Big Sam een paar wedstrijden van Engeland heeft gecoacht pas zeggen hoe verdedigend hij echt is ingesteld.

Juist omdat het niet Allardyce’ sterkste punt is om een tactiek te ontwikkelen die een verdedigende ploeg uit elkaar kan spelen, zou het in ieder geval handig zijn om een assistent aan te stellen die daar wel ervaring mee heeft. Een assistent met een sterke focus op tactiek is in het voetbal niet ongebruikelijk. Het bekendste voorbeeld is de combinatie Klinsmann – Löw tijdens het WK 2006. Liverpoolmanager Jürgen Klopp werkt al sinds 2001 samen met Zeljko ‘Het Brein’ Buvac. Bij West Ham United voegde Allardyce al eens Teddy Sheringham toe aan de technische staf als ‘attacking coach’. Zoiets zou nu ook geen overbodige luxe zijn.

Schermafbeelding 2016-07-25 om 17.15.45

De Vraag
Een andere overpeinzing is of je tegenwoordig niet gewoon lekker ongecompliceerd Hodgson/Allardyce-voetbal moet spelen met een nationale ploeg. Gezien de weinige tijd die je als bondscoach krijgt om je ploeg voor te bereiden is het misschien nauwelijks meer haalbaar om een speelstijl te ontwikkelen die gebaseerd is op druk zetten op de helft van de tegenstander en het hebben van veel balbezit. Zelfs ploegen als Duitsland en Spanje leunen vooral op de stijl die wordt gehanteerd bij clubs waar veel van hun internationals spelen, zoals Bayern en Barcelona. Ook borduren zij voort op het overkoepelende opleidingsmodel. Engeland heeft pas sinds 2014 zo’n opleidingsmodel – The England DNA – en zal dus nog even moeten wachten voordat daarvan de vruchten kunnen worden geplukt.

Tijdens internationaal toernooivoetbal kiezen coaches er om bovenstaande redenen massal voor om in de weinige tijd die ze hebben eerst de verdedigende organisatie neer te zetten. Elke bondscoach in Europa weet inmiddels ongeveer hoe je een compacte 4-4-2 of 4-1-4-1 moet neerzetten als je de bal niet hebt (alleen Danny Blind niet). Tijdens het afgelopen EK was er in 49% van de wedstrijden een ploeg die 60% balbezit had. Winnaar Portugal wilde zelfs in wedstrijden tegen landen als Polen en Wales de bal vooral niet hebben en trok zich terug op eigen helft om toe te slaan op de counter.

Is het derhalve nog wel realistisch om van een ploeg die zo kort bij elkaar is aanvallend en coherent voetbal te verwachten, nu ploegen steeds verder op eigen helft staan en de linies steeds korter op elkaar houden? Zou de FA Allardyce niet gewoon de vrije hand moeten geven om op welke manier dan ook de drie punten binnen te harken, zoals hij al zijn hele carrière doet?

Voor Big Sam is zijn baan als bondscoach dé kans om te laten zien dat hij meer is dan een brandjesblusser en een teambuilder. Op basis van zijn carrière tot nu toe is het echter niet realistisch om te verwachten dat Engeland nu ploegen kapot gaat tikken of het spel gaat domineren. Voor Hodgson extra wrang als blijkt dat Allardyce met ‘zijn’ soort voetbal successen gaat behalen.

De hamvraag is anno 2016 bij The Three Lions bijna geworden: durf en mag je als coach behoudend spelen met deze ploeg?

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Volg Erik op Twitter @erikeIias