Cesc

Voetbal wordt een blijvertje in China

Van de tien bestverdienende voetballers ter wereld spelen er vier in de Chinese Super League. Eén van hen is de 25-jarige Oscar, weliswaar dit seizoen bankzitter bij Chelsea, maar wel een Braziliaans international en een speler die bij 99% van de clubs een garantie zou hebben op een basisplek. De 27-jarige Belg Axel Witsel wees een aanbod van Juventus af om in China te kunnen spelen. Dit soort transfers heeft de nieuwsgierigheid aangewakkerd, en bij Chelsea-trainer Antonio Conte zelfs een beetje angst. Hoe serieus moeten we China nou nemen op voetbalgebied? Waarom geven die clubs eigenlijk ineens zoveel geld uit? Kijken we over tien jaar niet meer naar de Champions League maar naar de Chinese Super League?

Xi Jinping

Om daar achter te komen is het nuttig om te weten waarom er in China nu sinds anderhalf jaar zoveel uitgegeven wordt. Het antwoord daarop is eenvoudig: omdat president Xi Jinping wil dat het voetbal verbetert. De doelen die hij in 2015 uitsprak liegen er niet om. Hij wil bijvoorbeeld dat China binnen nu en 2030 een keer het WK wint, en hij wil dat toernooi ook een keer organiseren. Een nog breder doel van Xi is om binnen tien jaar de grootste sporteconomie ter wereld te creëren.

Hoewel China inmiddels een kapitalistisch land is, heeft het nog wel een dictatoriale overheid. Dit heeft als gevolg dat je in China als bedrijf verloren bent zonder machtige vrienden. Als de president dus uitspreekt dat het voetbal belangrijk is, dan kom je meteen in actie. Inmiddels wordt elke voetbalclub in China beheerd door een vermogend bedrijf dat met geld smijt. Er werd in 2015 meteen een TV-deal gesloten die 26 keer meer waard was dan de vorige en er werd in de laatste drie transferperiodes ongeveer 600 miljoen uitgegeven aan nieuwe spelers.

‘Voetballiefhebber’
Waarom president Xi in 2015 ineens op het idee kwam om het voetbal te verbeteren is niet helemaal duidelijk. Hij doet voorkomen alsof hij nu eenmaal een enorme voetballiefhebber is en ging om dat imago te versterken al vaak op bezoek bij Europese topclubs. Het kan best zijn dat Xi een echte voetbalromanticus is, maar het is waarschijnlijker dat hij het voetbal om economische en maatschappelijke redenen een boost wil geven. In 2012 zei Xi bijvoorbeeld nog tegen de Washington Post dat zijn favoriete sport zwemmen is.

China-expert Fred Sengers, die een blog heeft over China en onder meer schrijft voor Elsevier, legt uit waarom er nu wordt gekozen om te investeren in de voetbalsport: ‘China is een wereldmacht in wording, het wil de wereld laten zien dat het een modern land is dat meetelt op allerlei gebieden, en dus ook op sportgebied. Voetbal is nu eenmaal de belangrijkste sport ter wereld, dus daar steken ze hun tijd en energie in. Net als het binnenhalen van grote evenementen als de Olympische Spelen geeft dat een vorm van status.’

Geschenk uit de hemel
Het is voor iedereen die het Europese voetbal een warm hart toedraagt een geschenk uit de hemel dat Xi begaan is met het Chinese voetbal in zijn geheel en niet alleen een hele goede nationale competitie wil creëren. Als dat laatste het geval was geweest had het Chinese bedrijfsleven met hun clubs als speeltjes al letterlijk een Chinese Super League kunnen opzetten en de beste spelers uit Europa en Zuid-Amerika weg kunnen plukken. Zeker gezien het feit dat er in Azië niet zoiets is als Financial Fair Play kunnen er bedragen worden betaald waarmee Europa niet kan concurreren.

Dat de overheid aan de lange termijn denkt, blijkt uit de zogenaamde ‘4+1-regel’ die inhoudt dat er een maximum zit aan het aantal buitenlanders dat onder contract mag staat. Op dit moment mogen clubs maximaal vijf niet-Chinese voetballers op de loonlijst hebben staan, waarvan er ook nog eens eentje uit de Aziatische voetbalbond AFC moet komen. Van die vijf mogen er maar vier tegelijk in het veld staan. Op dit moment heeft de Chinese voetbalbond zelfs in overweging om hier een 3+1 regel van te maken.

Deze week kwam verder het nieuws naar buiten dat het Chinese ministerie van Sport overweegt om een salarisplafond in te stellen en een limiet op het maximum transferbedrag te plaatsen. De bedrijven achter de clubs hebben zich tot nu toe vooral geconcentreerd op het binnenhalen. Met deze actie wil de overheid zorgen dat er door de clubs meer aandacht wordt gegeven aan de jeugdopleidingen en het opleiden van jeugdvoetballers.

Brazilië - China in 2012: 8-0
Brazilië – China in 2012: 8-0

Nummer 82 van de wereld
China moet binnen 15 jaar het WK winnen en de nationale competitie moet één van de beste ter wereld worden. Op dit moment is het gemiddelde niveau echter een ramp. China staat 82e op de FIFA Wereldranglijst, maakt geen kans meer op deelname aan het WK2018 en verloor laatst zelfs van Syrië. Er speelde maar één Chinees ooit in de Champions League.

Praat met een Nederlandse jeugdtrainer die in China actief is geweest en dit wordt bevestigd. De inzet is top en als trainer wordt er naar je geluisterd, maar vooral tactisch en technisch is het nog ondermaats. Wat ook niet helpt is dat het niet in de Chinese cultuur zit om risico in je spel te leggen. Liever een balletje breed dan een dribbel. De Nederlander Todd Wijnstekers vertelde laatst in het radioprogramma Ask Me Anything van BNR dat hij in totaal met zijn voetbalscholen zo’n 20.000 kinderen traint. Daarvan kunnen er in zijn woorden ‘vier of vijf leuk voetballen, maar vergeleken met de Nederlandse leeftijdscategorie zijn ze niet beter.’

Jeugdopleiding verbeteren
Er moet dus een reuzenstap gezet worden om de doelen van Xi te bereiken. Hij wil dat gaan doen door voetbal te verplichten als deel van de gymles en op grote schaal voetbalscholen op te starten. Met een budget van 2 miljard euro per jaar moeten er in 2020 50.000 voetbalscholen staan met jeugdtrainers die Chinese jeugdspelers daadwerkelijk iets kunnen leren. Hier wringt natuurlijk op dit moment de schoen; je kan van een gymleraar niet verwachten dat die van de ene op de andere dag een hele goede voetbaltrainer wordt. Er zijn op dit moment misschien niet eens genoeg goede Chinese trainers voor 100 voetbalscholen.

Dit probleem wordt opgelost door op grote schaal knowhow uit het buitenland te halen (een tactiek die de Chinezen niet vreemd is en die buiten het voetbal al op grote schaal is toegepast.) Voornamelijk trainers, maar bijvoorbeeld ook scouts vertrokken de afgelopen jaren naar het Verre Oosten. Zo werken er 24 jeugdtrainers van Real Madrid bij Guangzhou Evergrande. Maar er zijn ook een hoop verhalen over trainers die worden opgelicht en hun geld niet krijgen, of juist over trainers die zonder ervaring afreizen maar geen bijdrage leveren aan het voetbal. Sengers hierover: ‘Er is nu een periode waarin er een soort cowboy-wereld ontstaat. Vanwege de enorme subsidiepot probeert iedereen een graantje mee te pikken. Daar zitten een hele hoop goede en inhoudelijk sterke mensen bij, maar ook slechte. Ik verwacht dat dat op termijn wel zijn plek gaat vinden en gestructureerder gaat worden. Daar zijn de Chinezen goed in.’

Een andere ontwikkeling is dat er door Chinese particulieren of bedrijven al een aandeel gekocht werd in clubs als Valencia, Atlético Madrid, West Bromwich Albion en natuurlijk ADO Den Haag. Los van het eerder door Sengers genoemde status-aspect en dat dit fiscaal aantrekkelijk is, wordt dit ook gedaan om kennis in huis te halen. En als er dan een keer een talentje tussen de Chinese jeugd zit, wordt die meteen naar één van die clubs gestuurd om zich te ontwikkelen. Zo spelen er al Chinese jongetjes in de jeugdopleidingen van Valencia.

Naast de kwaliteit van de trainers lijkt de grootste uitdaging in de structuur te zitten. Er zijn op dit moment geen jeugdcompetities, waardoor er voor veel Chinese jeugd gewoon geen mogelijkheid is om te voetballen. Het is natuurlijk ondoenlijk om de beste spelers van Shanghai in dezelfde competitie te laten spelen als de beste spelers van het 1200 kilometer verder gelegen Beijing. Maar er zijn op dit moment zelfs geen regionale of provinciale competities en dat is dodelijk voor de ontwikkeling voor de jeugd.

schermafbeelding-2017-01-09-om-15-14-58
Een jonge Chinese voetballer

Lange adem
Er is nog gigantisch veel werk te verzetten, maar China lijkt te beseffen dat het allemaal bij de jeugd begint. Als je van plan bent om 50.000 voetbalscholen op te bouwen en daar 2 miljard euro per jaar voor uittrekt, ben je op een serieuze manier bezig met het opzetten van een sport. Dat China op dit moment geen enkele voetbalcultuur en geschiedenis heeft, hoeft volgens Sengers ook geen belemmering te zijn om te presteren. Hij wijst daarbij naar de Olympische Spelen van 2008, toen China 100 medailles won, waarvan 51 gouden, onder anderen op onderdelen waar geen enkele historie of cultuur was.

Op de korte termijn is het vooral interessant om te zien hoe de Chinese competitie zich ontwikkelt. Spelers als Pellè, Witsel, en Jackson Martinez waren basisspeler in de beste competities van Europa. Als de 4+1 regel in stand blijft is er dus in totaal plaats voor 64 Europese, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse voetballers. Het is onvermijdelijk dat hun niveau op een gegeven moment ook omhoog gaat. Op dit moment zijn er ook nog relatief onbekende spelers als Malick Evouna en Bubacarr Trawally actief in de hoogste Chinese divisie. Des te meer transferperiodes er komen, des te hoger het niveau van de 64 buitenlanders gaat worden, des te hoger het niveau van de competitie. Voeg daar na een jaar of vijf à zes de eerste goed opgeleide Chinezen aan toe en je hebt opeens een vrij sterke competitie.

Alles staat of valt met het geld van de bedrijven. Aangezien Xi Jinping tot maart 2023 (!) de president van China is lijkt dat voorlopig wel snor te zitten. Totdat Xi aftreedt zijn er inclusief de huidige maar liefst 13 transferperiodes waarin clubs aan de toppers uit Europa kunnen trekken. Ondertussen wordt er in een land waar 1.4 miljard mensen wonen elke dag gevoetbald, wordt het niveau van de trainers en jeugdspelers omhoog gekrikt en wordt er gebouwd aan 50.000 voetbalscholen. Het lijkt er dus op dat voetbal in China er is om te blijven.

schermafbeelding-2017-01-09-om-15-12-12
Ramires, voormalig speler van Chelsea en Benfica, is ook actief in China

 

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Volg Erik op Twitter @erikeIias