Cesc

Japan verdient een goede bondscoach

Na iets meer dan zes maanden heeft de Japanse voetbalbond afscheid genomen van bondscoach Javier Aguirre. Zoals vaker bij zo’n korte samenwerking betrof het hier geen gelukkig huwelijk. Op de Asia Cup, de Aziatische tegenhanger van het EK, werd Japan in de kwartfinale uitgeschakeld door de Verenigde Arabische Emiraten. Dit betekende de slechtste prestatie op dat toernooi sinds 1996 (Japan won vier van de laatste zeven edities). Hoewel de sportieve resultaten tegenvielen was dit niet de hoofdreden om Aguirre de laan uit te sturen. In het officiële statement van de Japanse bond werd zijn mogelijke betrokkenheid bij een omkoopschandaal rondom een La Liga-wedstrijd uit 2011 opgevoerd als oorzaak voor ontslag. Hoewel Aguirre in alle toonaarden ontkent, willen de Japanners voorkomen dat ‘het team afgeleid raakt’. Misschien kwamen deze aantijgingen uit Spanje de Japanse bond niet eens zo heel slecht uit. Of Aguirre schuldig is of niet zal de toekomst uit moeten wijzen. Wat vast staat is dat er een nieuwe bondscoach aangetrokken zal moeten worden.

Twee taken
Er liggen twee belangrijke taken klaar voor de nieuwe coach van de Samurai Blue. De eerste is het verjongen van de selectie. Nu de Azië Cup achter de rug is zou de prioriteit moeten liggen bij het klaarstomen van een zo goed mogelijk team op het WK 2018. Spelers als Yasuhito Endo (recordinternational met 152 interlands, 38 op het volgende WK) en Yasuyuki Konno (84 interlands, 35 op het volgende WK) gelden als monumenten binnen de selectie, maar hebben echt hun beste tijd gehad. Nationale ploegen kunnen ernstige schade toegebracht worden als er wordt nagelaten om door te selecteren. De nieuwe bondscoach moet dus iemand zijn die niet bang is om heilige huisjes neer te halen.

De tweede cruciale taak is het oppoetsen van de speelstijl. Van medio 2010 tot medio 2014 was de ploeg in handen van de geroutineerde Italiaan Alberto Zaccheroni. Onder zijn leiding veranderde Japan van een afwachtende ploeg in een elftal dat graag bepaalt wat er gebeurt op het veld. Deze speelstijl is in Nederland met name blijven hangen door een tweetal oefenwedstrijden dat in november 2013 wordt afgewerkt in de lage landen. Japan oefent binnen een week tegen zowel België als Nederland en is twee keer de bovenliggende partij. Tegen de Belgen levert dat een winstpartij op, tegen Oranje krijgen de Aziaten met een gelijkspel eigenlijk te weinig. Met korte, snelle combinaties en veel druk op de helft van de tegenpartij speelt Japan onder Zaccheroni modern voetbal waarbij het gehele team gedisciplineerd zijn taak uitvoert. Vanaf die week in België en Nederland verliest de ploeg geen duel meer. Een week voor de aftrap van het WK wint het in Florida nog van Costa Rica, dat later zal uitgroeien tot één van de verrassingen van het toernooi.

Behoudens één helft goed voetbal tegen Ivoorkust komt Japan in Brazilië echter in het geheel niet uit de verf. Dieptepunt is de wedstrijd tegen Griekenland. Na 38 minuten pakt veteraan Katsouranis zijn tweede gele kaart na een overtreding op het middenveld. Het lukt de Japanners niet om het overtal en het vele balbezit in drie punten om te zetten. In de laatste wedstrijd is er nog een kleine kans om door te gaan, maar is Colombia met 1-4 veel te sterk. Met één punt uit drie wedstrijden verlaat Japan het toernooi met de staart tussen de benen. Zaccheroni kondigt nog in Brazilië zijn vertrek aan. Een maand later wordt de Mexicaan Javier Aguirre aangesteld.

Hoewel Aguirre op één van zijn eerste persconferenties als bondscoach van Japan nog statements als ‘iedereen begint op nul’ en ‘ik kijk niet naar grote namen’ laat optekenen, is er vrijwel geen verschil tussen de opstellingen op het WK en de opstellingen op de Asia Cup. Behalve Takashi Inui op de linkerflank voorin heeft Aguirre niet één nieuwe speler ingepast wanneer dat niet noodzakelijk was vanwege een blessure. Hij kiest verder voor een punt naar achter op het middenveld en schuift voorin wat met poppetjes (Honda op de rechterflank en Okazaki in de spits). Qua opstelling is er onder zijn leiding dus niet veel veranderd; qua speelstijl verandert er nog minder. Wederom vertrouwt Japan op het druk zetten hoog op het veld, veel balbezit en snelle passing in de laatste vijfentwintig meter van het veld. Het blijkt tegen de Verenigde Arabische Emiraten noodlottig. Ondanks een schotenverhouding van 35-3 en 68% balbezit is de stand na 120 minuten 1-1. Japan verliest de penalty shoot-out, nadat beste spelers Honda en Kagawa hun strafschop missen.

Als het WK en de Asia Cup één conclusie hebben opgeleverd die de nieuwe bondscoach ter harte zal moeten nemen, is dat het feit dat Japan in het geheel niet over een plan B beschikt. Zodra het de ploeg niet lukt om kansen te creëren, oogt het spel zeer voorspelbaar en passief. Tegen de Verenigde Arabische Emiraten gaf Japan bijvoorbeeld 54 (!) voorzetten. Voorzetten zijn de minst effectieve manier van aanvallen, zeker wanneer ze door de backs gegeven worden op zo’n twintig meter van de achterlijn en het zestienmetergebied vol staat met je eigen aanvallers, acht tegenstanders en een keeper. Daarnaast is Japan vrijwel altijd kleiner dan de tegenstander en beschikt het niet over een kopsterke spits. Dit onvermogen om binnen een wedstrijd van plan te veranderen kan voor een groot deel worden toegeschreven aan een coach. Iedere ploeg met maar één plan is makkelijk te bestrijden, niet voor niets hebben topcoaches als José Mourinho zelfs een plan C klaar liggen als dat noodzakelijk is. Het is Aguirre en Zaccheroni aan te rekenen dat er nooit ook maar een plan B is geweest.

Er is dus behoefte aan een tactisch sterke coach die een systeem kan ontwikkelen waarin er soms gezocht kan worden naar een alternatief binnen een wedstrijd. In verdediging van zowel Aguirre als Zaccheroni moet wel gezegd worden dat je als bondscoach nog meer dan als clubcoach afhankelijk bent van het materiaal waar je mee moet werken. Er is geen makkelijk scorende Japanse centrumspits en die komt er voorlopig ook niet aan. Daarnaast heeft Japan het probleem dat ze in de relatief zwakke Aziatische bond spelen. Plan B hoeft ook niet altijd in de la te liggen. De nieuwe bondscoach wacht een immense uitdaging om van Japan een team te maken dat balbezit, ook tegen betere tegenstanders, om weet te zetten in doelpunten.

Out-of-the-box
De meeste bonden hebben een voorkeur voor een coach uit eigen land. Dit gaat voor Japan niet echt op omdat voetbal als sport nog niet zo lang populair is. De twee beste Japanse coaches van het moment zijn allebei werkzaam in de nationale hoogste competitie, de J-League. Kenta Hasegawa leidde Gamba Osaka het afgelopen jaar naar de treble (Japan heeft twee bekercompetities, vergelijkbaar met Engeland). Hajime Moriyasu pakte met Sanfrecce Hiroshima de titel in beide seizoenen voor het huzarenstukje van Gamba. Voor de rest zijn er niet veel goede coaches te noemen. Sowieso kiest de JFA, de Japanse voetbalbond, er liever niet voor om de weinige goede Japanse coaches weg te halen bij de clubs waar ze werkzaam zijn.

Een snelle blik in het verleden leert dat er vanwege het gebrek aan goede coaches uit eigen land vaak gekozen wordt voor een coach uit Europa of Zuid-Amerika. Van de laatste zes coaches was er één Japans. Dat idee is an sich prima; het gaat er dan wel om wie je voor de groep zet. De JFA heeft in de afgelopen vijftien jaar niet echt een gelukkige hand gehad qua aanstellingen. Niet één van de buitenlandse coaches is er in geslaagd om iets neer te zetten op een WK. Daarnaast was het coachen van Japan vaak de laatste respectabele baan in hun loopbaan, om na hun vertrek een rondgang te maken langs obscure Chinese of Arabische clubs. (Dit moet uiteraard nog blijken voor Zaccheroni en Aguirre). De meeste coaches waren op het moment van hun aanstelling eigenlijk al een tijdje over de top.
Shinji KagawaIn enkele Japanse media duiken reeds namen op als die van Felipe Scolari. Het aanstellen van Scolari zou tekenend zijn voor het gevoerde beleid van de afgelopen vijftien jaar. Zuid-Amerikaan, grote naam en veel clubs gehad. Of hij zijn visie kan overbrengen op een groep Japanse topvoetballers lijkt een secundaire vraag te zijn. Het zou daarom wijzer zijn om deze keer sec naar de inhoud van de kandidaten te kijken en naar hun vermogen om zich aan te passen in het land van de rijzende zon. De grote vraag is in wezen: durft de JFA een keer buiten de box te denken en gaan ze voor een relatief onbekende coach met een vernieuwende visie, of blijven ze hetzelfde pad bewandelen als de afgelopen vijftien jaar en strandt men met een gevestigde naam voor de groep op het WK 2018 weer in de groepsfase?

Potentie
Natuurlijk verdient elk elftal een goede coach, en elk nationaal team een goede bondscoach. De reden dat dit voor Japan in het bijzonder geldt is de enorme potentie van het land op voetbalgebied. Ten eerste vanwege de demografische factoren: het land telt maar liefst 127 miljoen inwoners (meer dan anderhalf keer zoveel als wereldkampioen Duitsland) en is economisch stabiel. Daarnaast staat het als voetballand nog in de kinderschoenen. Pas sinds 1993 bestaat de J-League. Sta daar even bij stil. Pas sinds 1993 spelen ze op een georganiseerde manier professioneel voetbal in Japan. Ze zijn grofweg pas twintig jaar op een serieuze manier met de sport bezig en produceren nu al spelers als Kagawa en Honda. Als de jeugdfaciliteiten nóg beter worden en er meer knowhow wordt verzameld in de jeugdopleidingen, zal Japan een fabriek worden van voetbaltalenten. Het WK van 2002 (gehouden in Zuid-Korea en Japan) heeft gezorgd voor een impuls voor de sport. Daar waar eerst honkbal verreweg de populairste sport van het land was, schuift dit steeds verder op naar voetbal.

De J-League is leuk en vermakelijk om te kijken, maar grote talenten zijn er momenteel wel erg snel uitgeleerd. Het probleem is dat Japanse talenten de kans niet krijgen in Europa en vervolgens genoodzaakt zijn in eigen land te blijven spelen. Dit is funest voor hun ontwikkeling. Zodra de Japanse nationale ploeg beter gaat presteren zal ook de Japanse voetbalnationaliteit een serieuze (en broodnodige) opwaardering krijgen. Europese clubs lijken nu vanwege de cultuurverschillen soms huiverig om een Japanse speler aan te trekken. Dit gold in het verleden voor de eerder genoemde Yasuhito Endo, die vrijwel zijn gehele carrière bij Gamba Osaka speelde. Zijn ploeggenoot Takashi Usami was in het afgelopen kampioensjaar goed voor tien goals en tien assists. Geen Europese club die hem oppikt. Het is een vicieuze cirkel die snel doorbroken moet worden met behulp van het nationale team, en kan zorgen voor betere ontwikkeling van de Japanse toptalenten.

Met een goede bondscoach kan Japan als voetballand op de lange termijn uitgroeien tot een serieuze speler op mondiale eindtoernooien. Het is alleen wel tijd dat die goede bondscoach er daadwerkelijk komt, en er niet wederom een coach voor de groep komt te staan die over de top is. Op het WK van 2018 is sterspeler Keisuke Honda 32. Het is hem gegund om in de aanloop van (wellicht) zijn laatste toernooi als speler van Japan eens te werken met een coach die een gevaarlijke ploeg kan smeden van de Samurai Blue.

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Heb je een vraag of opmerking over een artikel, of gewoon zin om over het spelletje te praten? Mijn inbox op Twitter staat open voor iedereen. Je kan ook een mailtje sturen naar info@cesc.nl