Cesc

Nederland moet durven innoveren bij de pupillen

Eén van de aanbevelingen uit het rapport ‘Winnaars van Morgen’, dat het Nederlandse voetbal weer naar de top moet brengen, is het veranderen van de manier waarop Nederlandse voetballers en voetbalsters van tussen de 6 en 12 jaar oud hun wedstrijden spelen. De letterlijke tekst uit het rapport is: ‘De wedstrijdvormen O6 tot en met O12 sluiten niet optimaal aan op de ontwikkeling en het spelplezier van de spelers.’ Vanaf volgend seizoen wordt aan deze aanbeveling gestalte gegeven met vier nieuwe wedstrijdvormen. Er wordt gekozen voor kleinere velden en kleinere aantallen. Op de afbeelding hieronder staan alle nieuwe wedstrijdvormen.

Schermafbeelding 2016-09-22 om 09.23.15

Bron: YouTube/KNVB

Verandering is nodig. Door de jongste jeugd, die op 7-jarige leeftijd begint met voetbal, direct 7v7 te laten spelen zie je in die wedstrijden vaak kluitjesvoetbal. De KNVB definieert dit zelf als ‘..kluitjesvoetbal. De bal wordt soms half of helemaal niet geraakt. De bal wordt door een enthousiaste kluwen van rennende en schoppende spelers voortbewogen.’ Grappig om te zien, maar met het beter maken van voetballers heeft het weinig te maken. Met 14 spelers op één veld komt simpelweg niet iedere speler aan genoeg balcontacten. Bovendien zijn de betere spelers op die manier altijd het meest in balbezit. In België werd in 2014/15 het 2v2-dribbelvoetbal geïntroduceerd, kleine partijtjes 2v2 waarbij elke uitbal of achterbal ingedribbeld moet worden, waardoor iedere voetballer genoeg aan de bal komt om zichzelf te verbeteren.

Behalve de aantallen waarmee wordt gespeeld, zijn ook de afmetingen van het veld onderdeel van het probleem. De minimale afmetingen van een voetbalveld voor senioren zijn door de KNVB vastgesteld op minimaal 100 meter lang en 64 meter breed. Aangezien het gros van de F’jes en E’tjes hun wedstrijden op halve seniorenvelden spelen betekent dit dat zij te maken hebben met een veld van 64 meter lang en 50 meter breed. Vooral voor F’jes en eerstejaars E’tjes is dit veld veel te groot; ze komen kracht en snelheid tekort om het hele veld te kunnen bespelen. Techniekgoeroe René Meulensteen doceert tijdens zijn cursussen dat beginnende voetballers op velden moeten spelen waarbij ze de bal vanaf de middenlijn op goal moeten kunnen schieten, om zo te stimuleren dat er wordt gekapt, gedribbeld en geschoten. Op een veld van 64×50 meter is dat voor 7-, 8- en 9-jarigen niet haalbaar.

Naast te groot is het veld ook uit verhouding. Het valt als toeschouwer langs de lijn niet direct op, maar wie Google Earth gebruikt ziet dat Nederlandse pupillen bijna op een vierkant veld voetballen. De verhouding tussen lengte en breedte is op een seniorenveld met de minimale afmetingen (100 meter lang en 64 meter breed) 1.56. Bij een pupillenveld is dit nog slechts 1.28; een veld is maar een kleine 15 meter langer dan dat het breed is. Dit is van bovenaf goed te zien.

Schermafbeelding 2016-09-14 om 15.25.36Bron: Google Maps

Willem Weijs, jeugdtrainer bij Ajax, zei in een podcast van Incognitief Voetbal: ‘We hebben met z’n allen geconstateerd dat we eigenlijk vinden dat de F’jes, maar ook zeker E’tjes en misschien zelfs wel D’tjes in te grote ruimtes spelen. Het probleem daarmee is dat hoe groter de ruimtes zijn hoe meer het gaat om rennen, lange ballen, opportunistisch spel. Het gaat veel minder om technische en tactische kwaliteiten, en misschien ook wel om fysieke kwaliteiten.’

Twin Games
Bij Ajax vonden ze al langer dat de veldafmetingen en aantallen niet klopten. Hun oplossing voor dit probleem was om begin 2014 te starten met de zogenaamde ‘Twin Games’. Door de aantallen en de ruimtes kleiner te maken komen spelers meer aan de bal en vinden er meer voetbalacties plaats. Dit wordt gedaan in wedstrijdjes 6v6 of 8v8 op een veel kleiner speelveld dan gebruikelijk bij de KNVB. Er zijn ook andere regels: een uitbal mag ingedribbeld worden, een keeper mag de bal niet in zijn handen pakken en na een goal volgt geen aftrap maar een doeltrap. Uitslagen als 10-9, 7-7 en 8-19 zijn niet ongebruikelijk. De aantallen en ruimtes van de Twin Games zijn:Schermafbeelding 2016-09-27 om 23.13.08De KNVB heeft het experiment inmiddels goedgekeurd en organiseert nu zelf ook Twin Games-competities. Die zijn echter alleen toegankelijk voor BVO’s en deelname hieraan is niet verplicht (Feyenoord is bijvoorbeeld een opvallende afwezige). Dit heeft als gevolg dat BVO A met zijn 11-jarige talenten hele andere wedstrijden speelt dan BVO B. Ook is door deze gedeeltelijke invoering de scheve situatie ontstaan dat een speler bij zijn amateurclub kan worden gescout in een 7v7-wedstrijd, om een jaar later bij een BVO op een 6v6-veld Twin Games te spelen en vervolgens als eerstejaars D weer over te gaan op 8v8.

Dat de KNVB nu al twee seizoenen lang voor de BVO’s een Twin Games-competitie organiseert en tegelijkertijd de rest van Nederland op dezelfde manier verder laten gaan met 11v11 en 7v7 getuigt niet van enige vorm van visie. Door beide vormen naast elkaar aan te bieden lijkt het erop dat de bond zelf ook niet precies weet wat nou de beste manier van opleiden is.

Je kan je ook afvragen of de KNVB niet jarenlang in gebreke is gebleven op dit gebied, totdat het brutaalste jongetje uit de klas (Ajax) dan maar zelf besloot tot actie over te gaan en zonder toestemming van de bond anders is gaan voetballen op de zaterdagen. Mogen clubs echter niet van een voetbalbond verwachten dat die leidend is, in plaats van dat de clubs de KNVB moeten vertellen op wat voor manier je het best jeugdspelers kan opleiden?

Andere landen
Omdat zowel de UEFA als de FIFA niet één standaard hanteert voor jeugdvoetbal, mogen bonden zelf bepalen in welke vorm ze hun jongste leden laten voetballen. Om de huidige manier van voetballen in Nederland goed te kunnen vergelijken met andere landen staat hieronder een tabel waarin staat op wat voor manier jeugdvoetbal is vormgegeven in andere Europese landen. Er is -enigszins arbitrair- gekeken naar de landen van de top-5 competities + buurland België en Europees kampioen Portugal.

Net als in Nederland zijn er in veel landen geen competities en georganiseerde wedstrijden voor U6- en U7-teams. De KNVB organiseert zelf bijvoorbeeld geen officiële 4v4-wedstrijden (behalve in Zuid-Limburg), maar wel 4v4-evenementen voor de allerjongsten. In de tabel is in zo’n geval opgenomen welke aantallen de verschillende bonden adviseren om te gebruiken tijdens onderlinge wedstrijdjes.

In Spanje zijn maar liefst 19 autonome regio’s die het jeugdvoetbal allemaal op hun eigen manier mogen organiseren; het heeft geen zin dat schematisch proberen weer te geven, dus Spanje is buiten beschouwing gelaten.

Schermafbeelding 2016-09-27 om 23.11.31

Wat meteen opvalt is dat Nederlandse kinderen al heel snel 7v7 gaan spelen. Waar andere landen bij de U7, U8 en U9 nog kiezen voor kleinere tussenvormen als 4v4 en 5v5, huppelt de Nederlandse jeugd al meteen met 14 man tegelijk achter de bal aan. Het enige andere land dat meteen 7v7 gaat spelen is Duitsland, maar die doen dat wel op kleinere velden die groter worden naarmate de spelers ouder worden. Nederland hanteert één 7v7-maat voor de U7 tot en met U11.

Bij de U10 en U11 verschilt er niet zoveel van andere landen. Bij de U12 gaat het echter wel weer mis; onze jongens gaan als jongste dan al het grote veld op. Terwijl de rest van West-Europa nog 8v8 of 9v9 speelt op kleinere velden mogen de Nederlandse 11-jarige keepers al proberen om het grote goal te verdedigen en mogen veldspelers al met 50 meter in hun rug verdedigen. De BBC maakte al eens een filmpje waarin de problemen met zo vroeg op zo’n groot veld spelen naar voren komen; het veld is totaal uit verhouding.

Schermafbeelding 2016-09-27 om 23.58.36

Wat niet over aantallen gaat – maar wel over opleiden – zijn de speciale regels die in veel landen gelden tijdens jeugdvoetbalwedstrijden. Op het gebied van wisselen zijn er bijvoorbeeld in Engeland en België regels, zodat iedere speler genoeg speeltijd krijgt (in België geldt een minimum van 50% voor elke speler). In Engeland moet elke speler bij een achterbal op eigen helft staan zodat de keeper de ruimte krijgt om op te bouwen.

Denken in problemen
De KNVB presenteert de nieuwe wedstrijdvormen bij O6-O12 als ‘een revolutie’ en ‘de grootste verandering in het jeugdvoetbal sinds de jaren 70.’ De komende maanden zijn er in het hele land informatieavonden om de veranderingen toe te lichten aan de clubs. Op die avonden wordt ook aan de clubs gevraagd om pilots op te zetten, zodat er getest kan worden en te ontdekken welke problemen er eventueel ontstaan. In de periode oktober-januari kunnen de clubs hun bevindingen presenteren en in januari 2017 neemt de KNVB de beslissing of de wedstrijdvormen per 2017/18 worden ingevoerd.

Bij zo’n grotere verandering als deze horen ook tegenstanders. In september alleen al berichtte de Telegraaf in vijf verschillende artikelen negatief over de nieuwe wedstrijdvormen. Los van de denkfouten die in sommigen van deze artikelen worden gemaakt (‘onze pupillen winnen op internationale toernooien de prijzen, dus we leiden ook het best op’), worden er door betrokken uit het amateur- en profvoetbal uitspraken gedaan waaruit blijkt dat er voorlopig vooral in problemen wordt gedacht.

1) ‘De KNVB is te laat met het aankondigen van deze plannen’
Al sinds de lancering van De Winnaars van Morgen op 13 mei van dit jaar wisten de clubs dat er veranderingen aan zaten te komen voor de pupillen. Het is nu medio september en het nieuwe plan wordt op zijn vroegst in augustus 2017 werkelijkheid. Daar zitten dus nog tien maanden tussen. Meer dan genoeg tijd om uitvoerig te testen en waar nodig extra materialen te bestellen.

2) ‘Organisatorisch is dit een ramp.’
In één van de artikelen van de Telegraaf vraagt een vrijwilliger zich af waar ze de velden vandaan moeten halen om deze nieuwe wedstrijdvormen uit te kunnen voeren. ‘Wij zitten van ’s morgens negen uur tot ’s avonds vijf bomvol met jeugdwedstrijden op zaterdag. Als ze dat allemaal gaan opsplitsen, komen wij er helemaal niet meer uit’.

Wat feiten. Op dit moment heb je gemiddeld 9 spelers in een F-team (7 spelers en 2 wissels). Die spelen dan tegen 9 F’jes van een andere vereniging. Twee keer 20 minuten met 5 minuten rust. Na afloop worden er nog 5 minuten penalty’s genomen. In totaal ben je 50 minuten lang een half veld kwijt om 18 jongetjes te laten voetballen.

In het nieuwe plan kunnen er op hetzelfde veld vier wedstrijdjes 4v4 gespeeld worden. In totaal zijn er dan dus 32 kinderen aan het voetballen in dezelfde ruimte als waar er eerst 18 speelden. Je hebt dus niet meer ruimte nodig voor dit plan, maar minder. Er zijn 16 F’jes van je eigen club en 16 F’jes van een andere club aan het spelen op dezelfde ruimte als waar er eerst 9 van jezelf en 9 van een andere club aan het spelen waren.

Schermafbeelding 2016-09-28 om 00.40.28De nieuwe 4v4-organisatie levert veel ruimtewinst op, omdat er 32 kinderen tegelijk op één half veld kunnen spelen. Bron: KNVB.nl.

Als je de wedstrijdjes 4v4 10 minuten laat duren, met 2 minuten tijd om van veldje te wisselen, heb je na vijf gespeelde rondes precies een uur gehad, en hebben spelertjes A) netto 10 minuten langer gevoetbald terwijl je B) als club minder ruimte nodig hebt om dit voor elkaar te krijgen en de spelers dus C) ook nog eens veel meer balcontacten hebben gehad. Des te meer F’jes een club heeft, des te groter de winst is en des te meer ruimte er bespaard wordt.

Nog een voorbeeld: stel dat een club 9 F-teams thuis moet laten spelen tegen andere clubs. Dat zijn dan in totaal 180 spelertjes die moeten voetballen. In het huidige systeem zijn daar 10 halve velden voor nodig, die je 50 minuten nodig hebt. In het nieuwe 4v4-systeem kan je op een half veld 32 spelers kwijt in een uur. Dat betekent dat je op een seniorenveld 64 spelers kan laten voetballen in een uur tijd. Dat betekent dat je na twee uur al 128 spelers hebt laten voetballen. Voor de 52 F’jes die je dan nog overhoudt breek je één 4v4-veld af en daar maak je een 2v2-veld van. Van de 52 spelers maak je 13 teams van 4 spelers. 12 teams spelen op 3 velden 4v4. Het team dat wissel staat speelt onderling 2v2 totdat het weer aan de beurt is om 4v4 te spelen. Op die manier ben je om 12.30 klaar op het veld. Als je 2 seniorenvelden ter beschikking stelt kan je zelfs binnen een uur 128 F’jes laten spelen.

Huidig systeem, 1 seniorenveld, 180 F’jes, 10 7v7-wedstrijden:
9.00 – 9.50             Wedstrijd 1 en 2        36 spelers gespeeld
10.00 – 10.50         Wedstrijd 3 en 4       72 spelers gespeeld
11.00 – 11.50          Wedstrijd 5 en 6       108 spelers gespeeld
12.00 – 12.50         Wedstrijd 7 en 8       144 spelers gespeeld
13.00 – 13.50         Wedstrijd 9 en 10     180 spelers gespeeld

Nieuw systeem, 1 seniorenveld, 180 F’jes, 4v4wedstrijdjes:
9.00 – 10.00            5x12minuten 4v4    64 spelers gespeeld
10.15 – 11.15            5x12minuten 4v4    128 spelers gespeeld
11.30 – 12.30           5x12minuten 4v4    180 spelers gespeeld

En juist bij kleine partijtjes is het makkelijker om onverwachte absenties en blessures op te vangen, omdat het veel makkelijker is om te schuiven tussen veldjes onderling. Een jongen die wissel staat op veldje A kan snel even invallen op veld B, om dan als het weer gaat met die jongen die geblesseerd is geraakt terug te komen naar veld A. En als er qua aantallen ‘ongelukkige’ getallen zijn zoals 6, 14, 22 o.i.d. kan je dit oplossen door een 2v2 veldje neer te zetten en spelertjes daar op hun wisselbeurt te laten wachten.

Ook bij de D’tjes gaat het ruimte-verhaal op. Eerst speelden er 22 D’tjes op een heel veld; in de nieuwe situatie worden dit er 32 op één veld.

Het enige reële punt qua organisatie is dat er waarschijnlijk niet genoeg kleedkamers zijn om deze grote hoeveelheden jeugdspelers tegelijk om te laten kleden. Nu is het zo dat bij de E en F traditioneel spelers in de voetbalkleren aankomen. Misschien moet dit doorgetrokken naar de D. Voor de rest zijn er qua ruimtes geen problemen; het nieuwe plan levert juist ruimte op.

3) ‘Dit gaat heel erg veel geld kosten’ (exacte woorden: ‘een miljoenverslindend project’)
In de stukken van de Telegraaf wordt door verschillende mensen, onder wie Bert van Marwijk, gezegd dat dit nieuwe plan heel erg duur is om uit te voeren. De vraag is echter waar de clubs dan precies zoveel geld aan moeten uitgeven.

De nieuwe wedstrijdvormen gaan namelijk gespeeld worden met goaltjes die de clubs voor een groot deel al in bezit hebben. Bij zowel het 2v2- als het 4v4-voetbal moet er gescoord worden in goaltjes van 3 meter lang en 1 meter breed. Deze worden in Nederland al vele tientallen jaren gebruikt als trainingsgoals. Voor het 6v6- en 8v8-voetbal worden pupillengoals van 5 meter lang en 2 meter ingezet. Er is niet één club in Nederland die niet over pupillengoals beschikt, want daar worden al jaren de E en F-wedstrijden mee afgewerkt.

Blijven over de de trainingsgoaltjes van 3 bij 1. Zoals beschreven in het vorige punt is het goed mogelijk dat er op een gegeven moment 64 kinderen tegelijk spelen op een seniorenveld, op in totaal 8 4v4 veldjes. Daar zijn dan 16 goaltjes voor nodig. In het theoretische geval dat een club op dit moment over 0 van dit soort goaltjes beschikt, moeten er dus 16 gekocht worden. Dat komt samen neer op een kleine 6.000 euro. Een flinke investering, maar wel één voor de lange termijn. Daarnaast zal niet iedere amateurclub zoveel doeltjes hoeven kopen omdat niet iedere club zoveel leden heeft en er tegelijkertijd zoals gezegd er al veel van dit soort goaltjes aanwezig zijn op de clubs. De kosten van extra hesjes en hoedjes zijn te verwaarlozen. Voor minder dan 12 euro heb je 40 hoedjes. Een pupillenhesje kost 3 euro of minder.
3x1goaltjes

Vrijwel iedere amateurclub beschikt al over meerdere 3:1-goals.

Stap vooruit
Franz Beckenbauer zei dat hij pas begreep hoe Nederland zo’n groot voetballand kon zijn toen hij in een helikopter over ons land heen had gevlogen en tot het besef kwam dat Nederland vooral uit voetbalvelden bestaat. We hebben hier ook een voetbalcultuur om trots op te zijn; enorm veel leden op enorm veel clubs die op schitterende complexen spelen. Veel vrijwilligers die zaterdagmorgen aanwezig zijn om alles in goede banen te leiden en een goede infrastructuur zodat alle spelers en speelsters tegen elkaar kunnen spelen.

Naast deze mooie achtergrond staan kille feiten die aangeven dat het Nederlandse profvoetbal zijn glans heeft verloren. Oranje miste dit jaar het EK en de Eredivisie raakt waarschijnlijk het directe CL-ticket voor de kampioen kwijt. Arjen Robben is de laatste Nederlander met een basisplek bij een absolute topclub, mits fit. Hij wordt volgend jaar 33.

Onze huidige manier van opleiden werkt niet meer, er moet dus iets veranderen. Mensen houden echter niet van veranderingen, zeker niet in het amateurvoetbal. Het is ook makkelijk en verleidelijk om de jeugd op deze manier door te laten gaan. Geen extra materialen bestellen, geen extra veldjes uitzetten, niet teveel nadenken, gewoon lekker 7v7 en een gezellige zaterdagmorgen. Het Nederlands amateurvoetbal heeft echter juist nu de kans om weer een stap vooruit te zetten. Maar dan moeten de clubs het wel willen.

De uitgelichte afbeelding bovenaan het artikel is afkomstig van het Youtube-kanaal van Jaap de Ruiter. Het is een schot op goal tijdens een wedstrijd van Ter Leede JO11-1 tegen Kawtwijk JO11-2.

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Volg Erik op Twitter @erikeIias