Cesc

Laten we eerst het echte probleem eens benoemen

Nederlandse voetballers zijn technisch en tactisch niet goed.

Het is een mythe die we met z’n allen graag in stand houden, en het was absoluut zo in 1974, en misschien ook nog wel in 2000. In 2017? Absoluut niet meer.

Je zou zeggen dat iedereen die Oranje sinds het WK van 2014 ziet spelen tot deze conclusie komt. Het tegenovergestelde is waar. Mei 2016 kwam er nog een KNVB-rapport uit, genaamd Winnaars van Morgen. Daarin staan in relatie tot de Nederlandse voetballer van de toekomst zeven problemen die moeten worden getackeld. Niet één daarvan (!) gaat over techniek of tactiek.

Er wordt zelfs letterlijk geschreven dat we ‘over het algemeen goed naar techniek en tactiek kijken’. Een eind 2014 georganiseerd voetbalcongres, waar het rapport uit voortkwam, was van mening dat we gewoon de situatie in Duitsland om moeten draaien. Zij hadden al fysieke en mentale kwaliteiten en moesten daar nog even techniek en tactiek aan toevoegen. Nederland moest dat volgens de aanwezigen op het congres precies andersom doen.
schermafbeelding-2017-09-03-om-21-21-22Hans van Breukelen, dan nog technisch directeur van de KNVB, zegt het in 2016 ook in een interview met AD: ‘Fysiek en mentaal zijn de gebieden waarop we de meeste achterstand hebben opgelopen.’

De Nederlandse topvoetballer van 2017: fysiek sterk en dienend
Stel dat het, zoals het KNVB-rapport impliceert, inderdaad zo zou zijn dat Nederlandse voetballers over het algemeen technisch en tactisch goede voetballers zouden zijn. Dan zouden de Nederlanders in de beste competities van Europa dus vooral spelers moeten zijn die op de helft van de tegenstander het verschil maken. Spelers die creatief zijn, met een steekpass en een goede dribbel. We zouden dan in theorie moeten beschikken over legio buitenspelers, spitsen en aanvallende middenvelders, en daar alleen nog sterke verdedigers bij hoeven opleiden die daar een over-mijn-lijk-mentaliteit aan koppelen, om met Oranje tot succes te komen.

Dit strookt, zoals iedereen die het Nederlandse voetbal volgt beseft, niet met de waarheid.

Op dit moment spelen er 51 Nederlandse spelers in de top-5 competities van Europa (Premier League, La Liga, Bundesliga, Serie A, Ligue 1). Van hen zijn er 27 verdediger. Dat is 52.9%. We hebben fysiek sterke stoppers lopen bij respectabele clubs als Southampton (Van Dijk), Lazio Roma (De Vrij) en Wolfsburg (Bruma). Er gingen deze zomer weer twee grote verdedigerstalenten naar de Bundesliga met Van Drongelen en Hoogma. En we hebben een leger aan redelijke-maar-niet-bijzondere backs opgeleid.

10 middenvelders dan, vooral brekers als Leroy Fer, Kevin Strootman en Marten De Roon. Georginio Wijnaldum en Davy Klaassen zijn lopers die bij hun clubs in de top van de Premier League meedraaien, maar niet de creatieve geesten van het elftal zijn. Davy Pröpper en Wesley Sneijder zijn van deze groep de enigen die je wel zo zou kunnen noemen. Sneijder heeft zijn beste tijd gehad, die van Pröpper komt hopelijk nog.

Blijven er 9 aanvallers over. Ook weer vooral fysiek sterke buitenspelers als Luciano Narsingh, Nordin Amrabat, Rajiv van la Parra en Queensy Menig. We hebben nog één spits (!): Vincent Janssen, bankzitter bij Tottenham Hotspur. Depay en Robben zijn hier de positieve uitzonderingen, waarbij ook Robben zijn beste tijd heeft gehad en Depay alles nog te bewijzen heeft.

Op een enkeling na zijn Nederlandse spelers in de topcompetities van Europa spelers die zelf niet met de ideeën komen, maar vooral de pot dichthouden en kijken hoe hun ploeggenoten wedstrijden beslissen. Dit gebrek aan creativiteit en techniek komt elke wedstrijd van Oranje ook naar voren.

Als je al deze spelers naast elkaar zet, zou je zelfs nog kunnen concluderen dat de achterstand die we op andere landen hebben opgelopen op technisch en tactisch gebied groter is dan op bijvoorbeeld fysiek gebied. Als je er met de analyse van het probleem zo ver naast zit als de KNVB in de Winnaars van Morgen is het niet vreemd om te denken dat het probleem voorlopig niet wordt opgelost.

De Hollandse School
Dan moeten we het over tactiek hebben. En dan met name over het begrip ‘De Hollandse School’

Voordat je kan discussiëren over een speelstijl met een geuzennaam als ‘De Hollandse School’, moet je eerst vaststellen wat dit precies is. In volgens mij het beste artikel ooit van voetbalblog Catenaccio (‘de Hollandse School is springlevend, maar niet in Nederland’; de site is nu helaas offline, dus alleen deze link naar een vertaling) wordt aan de hand van 9 spelprincipes in één afbeelding getoond wat de Hollandse School eigenlijk is.
schermafbeelding-2017-09-03-om-22-03-16
Bron: Vitesse.org

In Winnaars van Morgen wordt ook een fraai vergezicht geschetst van wat de Nederlande speelstijl nu eigenlijk is, en deze omschrijving komt redelijk overeen met de definitie van Catenaccio.nl.
schermafbeelding-2017-09-03-om-22-05-08Dit is een vrij lastige speelstijl. Desalniettemin vond 88% van de mensen aanwezig op het voetbalcongres eind 2014 dat we geen afstand moeten nemen van onze eigen voetbalcultuur, maar hier juist mee door moesten gaan. Feit is echter dat op één hele eigenwijze trainer na (Peter Bosz) er niet één Nederlandse trainer is die zijn teams zo laat spelen.

Over het gapende gat dat bestaat tussen hoe de KNVB wil dat Nederlandse teams spelen en hoe ze op dit moment spelen staat geen woord in het rapport. Het fraai verwoorde ideale plaatje van de Nederlandse speelwijze wordt niet opgevolgd door wat er nu fout gaat en hoe we weer in de ideale situatie kunnen komen. Dat maakt het rapport een papieren tijger; we zeggen wel hoe we zouden willen dat het is, maar maken niet concreet hoe we daar gaan komen. Het is daarnaast natuurlijk van de gekke dat je in hoofdstuk 1 schrijft dat we als land vooral goed naar tactiek kijken, om vervolgens een ideaalplaatje te schetsen van hoe het zou moeten zijn dat lichtjaren verwijderd is van wat zowel Oranje als Nederlandse clubteams laten zien.

En opnieuw blijkt hieruit dat één van de échte problemen van het Nederlandse voetbal in Winnaars van Morgen niet wordt onderkend, laat staan dat er een oplossing voor in zicht is.

De tactische (en technische) problemen van Oranje en Nederlandse clubteams zijn voor de meeste voetballiefhebbers inmiddels te dromen. De meeste balcontacten zijn voor de verdedigers en de keepers, de bal komt op de helft van de tegenstander vrijwel nooit in de as van het veld, we vallen altijd over de zijkanten aan met weinig positiewisselingen en onze aanvallen monden vaak uit in een voorzet. Als we de bal verliezen lopen we met zijn allen achteruit, om mandekking op eigen helft te spelen.

Ik heb geen idee hoe dit soort voetbal wel heet. In ieder geval niet ‘Hollandse School’.

We hebben het niet willen zien
Dat wij in Nederland denken dat het bij onze elftallen nooit aan techniek en tactiek ligt, werd heel erg duidelijk in de zomer van 2016. Oranje O19 speelde tegen Frankrijk O19 in de poulefase van het EK. Nederland werd in deze wedstrijd met 5-1 afgedroogd door een ploeg die veel verder was op álle vlakken. Frankrijk scoorde onder andere deze goal:

Na afloop concludeerde VI-journalist Iwan van Duren in dit artikel dat de nederlaag toch vooral aan fysieke en mentale tekortkomingen had gelegen. Hij schreef onder meer: ‘Duelkracht, fysieke ontwikkeling, winnaarsmentaliteit. Het staat allemaal beschreven in Winnaars van morgen en zijn precies de punten die leiden tot het verlies van vandaag (…) ‘De voornamelijk donkere Fransen zijn gemiddeld een kop groter en minimaal dertig centimeter breder dan de jongens van Oranje.’

Natuurlijk is fysiek meer dan lengte, maar wat van Duren na deze wedstrijd schreef klopt gewoon feitelijk niet. De veldspelers uit de basis van Frankrijk waren gemiddeld 1.80m tegenover 1.79m van Nederland. Bij Nederland stonden ook fysiek sterke gasten als Sam Lammers, Pablo Rosario, Deyo Zeefuik, Kenneth Paal en Steven Bergwijn in het veld.

Het allerergste is nog dat een speler van Nederland, Jari Schuurman, aangespoord door Van Duren, meeging in dit verhaal. ‘Ik ben met mijn 1 meter 81 een van de grootsten bij Oranje. Daarmee zou ik bij Fransen een van de kleinsten zijn. Bizar, wat dat betreft zijn we echte dwergen. Dus die slag moeten we met Nederland echt wel een keer gaan maken.’

In werkelijkheid waren er bij Frankrijk zes (!) veldspelers kleiner dan Schuurman. (Data via transfermarkt.de). Totaal de verkeerde analyse van zowel de journalist als de speler en een goed voorbeeld van niet willen zien dat we ook technisch en tactisch tekort schoten.

Deze situatie lijkt veel op het voetballand Duitsland rond de eeuwwisseling, zo blijkt uit het boek Das Reboot. Bij onze Oosterburen zeiden ze juist tegen elkaar dat de typische Duitse speler in ieder geval nog fitter was dan gemiddeld. Toen Jürgen Klinsmann aantrad als bondscoach vertelden de conditietesten hem een heel ander verhaal. In Nederland hebben we jarenlang hetzelfde gedaan: we zijn net zolang tegen onszelf blijven zeggen dat we technisch en tactisch nog wel meekonden dat we er in zijn gaan geloven. Met het huidige voetbal van Oranje als gevolg.

Oorzaken
Het wordt vermoedelijk nooit meer september 1998: El Clássico met twee Nederlandse trainers op de bank en zes Nederlanders in het veld. Op het EK 2000 spelen de internationals van Oranje voor Arsenal, FC Barcelona, Manchester United en Juventus. Spoel 17 jaar vooruit en we zijn niet meer aanwezig op eindtoernooien en hebben nog maar één absolute wereldtopper.

Dan kunnen er twee dingen aan de hand zijn. Of we hebben gewoon heel erg veel pech, en dit is inderdaad een hele slechte generatie. Of (en dat denk ik) er gaat iets fout in de manier hoe we voetballers opleiden. Vaste lezers over dit onderwerp zullen dan snel oorzaken als verkeerd scouten, te weinig techniektraining bij jeugdspelers, geboortemaandeffect, te vaak op kunstgras voetballen, verouderde tactieken in de Eredivisie en sinds de jaren 80 dezelfde wedstrijdvormen op zaterdag als oorzaak van de achteruitgang benoemen.

Dat zijn interessante onderwerpen voor vervolgartikelen op dit blog of op andere websites. Maar laten we in ieder geval eens beginnen met het probleem onderkennen als voetballand. Onze voetballers zijn technisch en tactisch niet goed. Laat iedereen die zegt: ‘met alleen techniek red je het tegenwoordig niet meer’ of ‘de Hollandse School werkt niet meer’ daar niet meer mee wegkomen. De Hollandse School is al heel lang niet meer in Nederland te zien en onze voetballers zijn technisch slecht. Zolang we het probleem niet vaststellen, kunnen we het probleem ook niet oplossen.

Waarom er in dit artikel zo vaak naar Winnaars van Morgen wordt verwezen, is omdat dat hét document zou moeten zijn waaruit blijkt hoe we de weg naar boven weer in kunnen zetten. Het is vrij onthutsend dat zo’n document dan zo weinig uitkomst biedt. De totaal verkeerde probleemanalyse uit dat rapport in combinatie met het feit dat de mensen die het rapport schreven en moesten uitvoeren (Hans van Breukelen en Jelle Goes) alweer weg zijn bij de KNVB maken dat het einde van de crisis nog lang niet in zicht is. Er is een nieuwe rvc, er is een nieuwe algemeen directeur, en er komt een nieuwe technisch directeur. Eens kijken of zij de echte problemen wél onder ogen willen zien, en of we inmiddels verder zijn dan in 2014 en 2016.

Alle afbeeldingen in dit artikel zijn afkomstig uit het rapport Winnaars van Morgen, tenzij anders vermeldt onder de betreffende afbeelding. De hoofdafbeelding is afkomstig van het YouTube kanaal van de UEFA.

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Heb je een vraag of opmerking over een artikel, of gewoon zin om over het spelletje te praten? Mijn inbox op Twitter staat open voor iedereen. Je kan ook een mailtje sturen naar info@cesc.nl