Cesc

AZ moet 4-4-2 gaan spelen (en dan niet met Mühren en Weghorst samen voorin)

Robert Mühren verkeert in een bloedvorm. De geboren Volendammer speelde pas op 2 oktober zijn eerste Eredivisiewedstrijd voor AZ dit seizoen, maar kwam sindsdien elke wedstrijd in actie. Hij is dit jaar elke 52 minuten in de Eredivisie goed voor een doelpunt. Alle competities bij elkaar genomen scoorde Mühren dit seizoen 6 goals voor AZ in 9 wedstrijden (één goal per 67 minuten); dan komt er een moment dat de trainer niet langer om je heen kan. Omdat Wout Weghorst in de 4-3-3 van John van den Brom de eerste keus is als spits, kreeg Mühren tegen Ajax zijn eerste basisplaats als nummer 10.

Wellicht verrassend voor sommigen, maar Mühren is naar eigen zeggen ook meer een 10 dan een spits, zoals hij zelf via zijn oude trainer Kees ‘Pier’ Tol laat optekenen in dit VI-artikel. En na afloop van zijn eerste basisplaats had hij het in de Telegraaf over het spelen kort achter spits Wout Weghorst: ‘Wout en ik spreken al heel lang over deze combinatie. We hebben een klik, trekken veel met elkaar op. Volgens mij is dat ook wel te zien op het veld.’

Het inpassen van Mühren als aanvallende middenvelder heeft natuurlijk gevolgen. Omdat Derrick Luckassen dit jaar onomstreden is (hij speelde 11 van de 12 wedstrijden in de Eredivisie als verdedigende middenvelder), moet er voor het laatste plekje geknokt worden door de drie middenvelders Joris van Overeem, Ben Rienstra en Iliass Bel Hassani. Van Overeem en Rienstra waren vorig seizoen basisspelers, Bel Hassani is deze zomer voor anderhalf miljoen gekocht. Tegen Ajax kwamen zowel Van Overeem en Bel Hassani niet in actie; er waren wel minuten voor het op de deur kloppende talent Guus Til (toch alweer goed voor 275 minuten in het eerste van AZ dit jaar.) Conclusie: het is druk op het middenveld in Alkmaar.

Hou dit in het achterhoofd als je kijkt naar de buitenspelers. Dat zijn Levi García (die dit seizoen nog niet één keer de 90 minuten volmaakte), Dabney dos Santos (die zijn basisplaats als linksbuiten op dit moment kwijt is en zichzelf in oktober 2014 omschreef als ‘een middenvelder met een dribbel en een steekpass waarmee ik aanvallers in de ruimte kan wegsturen’) en Alireza Jahanbakhsh (de enige AZ’er die dit seizoen constant een hoog niveau haalt als buitenspeler.)

Alles bij elkaar genomen de volgende drie gegevens:
1. Een spits-of-nummer-10 dient zich (voorlopig) aan als doelpuntenmachine en verdient (voorlopig) een basisplek. De coach geeft hem die, als nummer 10.
2. Drie middenvelders plus een talent moeten als gevolg hiervan concurreren één plek op het middenveld.
3. Dit seizoen is maar één buitenspeler een zekerheidje (Jahanbakhsh.)

Wie deze drie opsomming bekijkt komt tot de conclusie dat het deze week ergens in van den Broms gedachten moet zijn gaan leven om de komende weken 4-4-2 te gaan spelen, zodat hij één middenvelder meer kan opstellen en een buitenspeler minder.

Omdat er in de selectie zoveel centrale middenvelders (nummers 8) en nummers 10 aanwezig zijn ligt het voor de hand om 4-4-2 ruit te gaan spelen. De verdediging zou je kunnen laten staan zoals die tegen Ajax stond: Haps en Johansson als backs en Vlaar en Wuytens centraal, op de plek van de tot de winterstop geblesseerde Rens van Eijden. Op het middenveld zijn zoals gezegd Luckassen en Mühren de 6 en 10 en mogen Van Overeem, Bel Hassani, Til en Rienstra het uit gaan vechten voor de twee centrale plekken.

Gelet op de selectie van AZ zou van den Brom als spitsenduo kunnen kiezen voor een echte spits (9) en een speler die daaromheen beweegt (9.5). De 9 is de man die voor diepte zorgt, de bal vasthoudt als hij over de grond wordt aangespeeld en in de 16 gevaarlijk wordt bij voorzetten en steekballen. Zeg maar het type Wout Weghorst, die voor die plek dan ook meteen de meest logische kandidaat is, met Fred Friday als concurrent. Met iemand die daaromheen beweegt als 9.5 (Jahanbakhsh, maar ook Dos Santos en García kunnen daar spelen) en Mühren daar ook nog eens achter als 10 met diepgang en scorend vermogen heb je als ploeg een gevaarlijke driehoek voorin.

Alles bij elkaar genomen zou dat er zo uitzien:


AZ4diamond2
Het leuke aan 4-4-2 is dat je met het spitsenkoppel heel veel kanten op kan, zeker met de selectie van AZ. Je kan kiezen voor power (Weghorst en Friday), een combinatie van een diepe spits en een bewegende spits (zoals hierboven op de afbeelding) of heel veel beweging (Dos Santos en Jahanbakhsh).

Het grootste voordeel van het kiezen voor 4-4-2 ruit is in eerdere alinea’s al uitgelegd: je kan de drie aanvallers die dit seizoen het beste functioneren (Mühren, Weghorst en Jahanbaksh) opstellen in een systeem dat bij hen past, zonder dat je daarvoor nog een buitenspeler hoeft op te stellen die niet in vorm is (Dos Santos), onervaren is (García) of geen buitenspeler is (Bel Hassani, van Overeem).

Het tweede voordeel van 4-4-2 is dat er meer bescherming is voor Mühren. Als je met de Volendammer als 10 speelt in 4-3-3, verandert dat al gauw in 4-2-4. Ook tegen Ajax waren er momenten dat Mühren al heel snel koos voor een positie naast Weghorst. (1) (2). Dat zorgde voor twee dingen: behalve dat Mühren weinig in het spel voorkwam (hij probeerde slechts 17 passes te versturen, het minst van alle AZ-basisspelers op García na), zorgde hij er met zijn diepe positie ook voor dat Ajax in de omschakeling een 3v2 overtal had op het middenveld, waar met name Schöne te weinig uit haalde.

Daarnaast werd de verdedigende zwakte van Mühren nog redelijk verbloemd tegen de Amsterdammers. Schöne is een nummer 6 die niet veel diepgaat of van positie wisselt met de andere middenvelders Klaassen en Ziyech. Het was daarom voor Mühren tegen Ajax relatief eenvoudig om Schöne overal op het veld te schaduwen. Mocht AZ een tegenstander treffen die 4-3-3 met twee controleurs speelt, dan betekent dat automatisch dat Mühren verantwoordelijk is voor een middenvelder die ook nog wel eens opeens de diepte kan kiezen. De weinige keren dat Lasse Schöne tegen AZ wél rond de spits ging spelen werd dat door het gebrek aan loopvermogen en mobiliteit van zijn directe tegenstander meteen gevaarlijk (zie deze tweet, vooral bij de 1-2 van Ajax kan en moet Mühren veel meer doen om de pass te stoppen.) Het kan om dit gebrek te verbloemen dus lonen om te kiezen voor 3 middenvelders in zijn rug in plaats van 2.

Daarnaast lijkt het erop dat de Volendammer een rol als 10 in 4-3-3 voorlopig fysiek gewoon nog niet aankan. In hetzelfde Telegraafstuk als waar eerder naar verwezen werd zegt Mühren dat hij gewisseld werd vanwege kramp en waarschijnlijk ‘omgerekend drie marathons had gelopen’. In werkelijkheid had hij 74 minuten de statische Lasse Schöne gemandekt. Ook voor dit probleem biedt 4-4-2 ruit een oplossing.

Is het qua verdedigende organisatie voor AZ een grote omslag naar 4-4-2 ruit?

Best wel: AZ is zonder bal een typische Eredivisieploeg. Er wordt niet snel en vaak hoog druk gezet. Als dat wel gebeurt, gebeurt het op de twee oudste manieren die er zijn: een buitenspeler of een middenvelder van AZ dekt door op de centrale verdediger van de tegenstander, terwijl de spits de andere centrale verdediger afschermt. Meestal zakt de ploeg echter iets in en hanteert het, zoals het merendeel van de ploegen in de Eredivisie, een 4-4-2. De 10 van dienst (dit zijn er al een hoop geweest) schuift een beetje op en de buitenspelers zakken iets in, om zo de 4-4-2 te formeren. In een laag blok verandert dit uiteindelijk in een 4-5-1/4-2-3-1, waarbij er op de zijkant 2v2 situaties ontstaan (buitenspeler en back AZ vs. buitenspeler en back tegenstander) en er door alle spelers in het midden mandekking wordt gespeeld.
AZ442medblock

AZ in een medium block; 4-4-2 met nummer 10 Joris van Overeem 20 meter dieper dan de buitenspelers.

Dit kan allemaal de prullenbak in als je 4-4-2 gaat spelen, en dat is best een gokje. Door de aard van 4-4-2 ruit (waarbij er 4 middenvelders dicht bij elkaar in de as staan), zal je in balbezit-tegenstander automatisch proberen de bal naar de zijkant te dwingen: dat gaat ook makkelijk, omdat bijna al je eigen spelers in de as staan.

Er zijn vanaf het moment dat dat gebeurt wel 6 of 7 verschillende varianten te verzinnen om de bal terug te winnen. Dek je door, of zak je in en laat je de tegenstander indribbelen? Als je de tegenstander laat indribbelen, wie laat je dan indribbelen? En als je druk zet, wie laat je dan doorschuiven? Of blijf je in zone? Wie dekt door op het moment dat de tegenstander de bal weer naar de andere kant verplaatst? Of zak je dan juist in als ploeg? Van den Brom zou dat van week tot week kunnen bekijken; wat hierbij helpt is dat Jahanbaksh en Weghorst beide hardwerkende spelers zijn die een hoop werk willen verzetten voor de ploeg.

Naast 4-4-2 ruit is een andere interessante optie om inderdaad maar gewoon 4-2-4 te gaan spelen en Mühren niet achter, maar naast Weghorst te zetten. In de Eredivisie een ongebruikelijke formatie, maar voor John van den Brom geen onbekende variant. In zijn eerste maanden bij Anderlecht (in het seizoen 2012/13) hanteerde hij deze formatie met de twee spitsen Dieumerci Mbokani en Tom de Sutter. Anderlecht kon dit doen omdat het vaak de lange bal afdwong en die op het middenveld snel terugwon met onder anderen de huidige aanvoerder van Lazio Roma, Lucas Biglia. Als je vervolgens voorin spelers hebt die het verschil kunnen maken kan dit een succesvolle formule zijn. Je moet dan wel echt beter zijn dan de tegenstander; hoeveel ruimte je op het middenveld weggeeft als je in een 4-2-4 niet de betere ploeg bent kan je aan FC Groningen vragen. Of als je het verhaal met een glimlach wil horen: aan Stijn Schaars.

Een laatste variant is de 4-3-1-2, recent in de Eredivisie geherintroduceerd door de Duitse NEC-coach Peter Hyballa tijdens NEC – Groningen. In deze formatie van NEC bleven de drie middenvelders echt centraal hangen en zorgden de backs voor breedte. Gecombineerd met een vrije rol voor Mo Rayhi op 10 (Dos Santos?) en twee beweeglijke spitsen ook een interessante optie voor AZ, zeker omdat Haps en Johansson het in zich hebben als wing backs te spelen.

Het is een trend in de Eredivisie om elke selectie in een mal van 4-3-3 te passen, ook als een 4-4-2 of 3-5-2 veel meer voor de hand ligt. Vaak zijn spitsen of tweede spitsen de pineut (Mike van Duinen linksbuiten, Jürgen Locadia linksbuiten, Bojan Krkic rechtsbuiten, Kolbeinn Sigþórsson rechtsbuiten), maar incidenteel ook aanvallende middenvelders die als buitenspeler worden ingezet (Zakaria Labyad, Albert Rusnák, Dos Santos, Bel Hassani is als buitenspeler ingezet door zowel Sparta, Heracles, als AZ). Dat iedere club in een competitie ongeveer dezelfde formatie en speelwijze kiest is een vorm van luiheid, van blijven bij het vertrouwde, wat tot gevolg heeft dat je de meeste Eredivisiewedstrijden tussen middenmoters en subtoppers inmiddels kan dromen.

Het zou John van den Brom sieren als hij het blindstaren op 4-3-3 een keer doorbreekt en in navolging van bijvoorbeeld Erik ten Hag en Peter Hyballa voor iets anders durft te kiezen. Het zou voor wat diversiteit zorgen, en dat kan de Eredivisie op het moment wel gebruiken.

PS: 1800 woorden lezen (of schrijven) over het al dan niet kiezen voor een bepaalde formatie is leuk, maar ook een beetje ouderwets. De nieuwe generatie topcoaches – Pep Guardiola, Jorge Sampaoli, Thomas Tuchel, Diego Simeone, Julian Nagelsmann – denkt allang niet meer in formaties, maar in spelprincipes. Die principes komen week-in-week-uit terug tijdens wedstrijden en trainingen, en of dat nou met twee of drie spitsen is, met drie of vier verdedigers, dat is ondergeschikt. Het was eerst het idee om ergens in dit artikel ook wat te schrijven over de spelprincipes van John van den Brom maar….na het kijken van wedstrijden van AZ (waarvan één in het stadion) bleek het een typische Eredivisieploeg, die niet zoveel afwijkende of bijzondere dingen doet. Principes waren lastig te herleiden en zijn daarom uit het uiteindelijke artikel geschrapt.

De afbeelding onder de kop is afkomstig van het YouTube-kanaal van Ajax.

Over 
Erik Elias (23) is oprichter van cesc.nl. In het dagelijks leven studeert hij aan de Haagse Hogeschool en geeft hij voetbaltraining. Heb je een vraag of opmerking over een artikel, of gewoon zin om over het spelletje te praten? Mijn inbox op Twitter staat open voor iedereen. Je kan ook een mailtje sturen naar info@cesc.nl